Fietsen over de dijk

Fietsen over de dijk

Ze houdt van hooiland en nog steeds van mij.

Weer is het zomer. Weer fietsen we over de dijk.
Hier verloren we voor het eerst de tijd.

We fietsen verder. Twee levens, twaalf zomers,
drie kinderen verder. Fietsen over de dijk.

En verbeiden als altijd de tijd dat hooiland weer
grasland en grasland weer hooiland wordt.

Nu is het nog zomer. Laten we ons tot het laatst
verliezen in de tijd. Nu hou ik nog

voor altijd van jou - en van fietsen over de dijk.

Geplaatst in Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

Heidegger and a Hippo

Ik hou hier een soort van archiefje bij van zinnetjes die ik lees en die me op een of andere manier frapperen (zie rubriek Zinderende zinnetjes in rechterkolom). Afgelopen week kreeg ik de slappe lach van een uitspraak van Woody Allen die ik nog niet kende. Ik las ’m in ‘Heidegger and a Hippo Walk Through Those Pearly Gates’, een (al te) luchtig traktaat over de dood, gelardeerd met moppen en cartoons, geschreven door Thomas Cathart en Daniel Klein, twee Amerikaanse filosofiehoogleraren. Aardig boek, maar niet direct een aanrader, op dat ontzettend grappige citaat van Allen na dan: “I don’t want to live on in the hearts of my countrymen; I want to live on in my apartment.”

Geplaatst in Zinderende zinnetjes | Tags: | Een reactie plaatsen

Beter kijken

Voor een conferentie bezocht ik afgelopen week het zuidwesten van Ierland. Ik was nog nooit in Ierland geweest en moest steeds denken aan de beroemde regels van K. Schippers (Bij Loosdrecht//Als dit Ierland was/zou ik beter kijken.). Ik heb goed gekeken. Op een bankje in Killarney National Park schreef ik het volgende.

Kerry

Het licht dat op Ross Castle valt
is niet vanzelfsprekend.

Noch vormt de adembenemende
afwisseling van zon en regen een gegeven.

Het geel van de sleutelbloemen
is niet zomaar geel,
zonnedauw groeit met een doel.

Elke windvlaag wordt ergens aangeblazen.

En al zou je het niet zeggen
in Lower Lake rollen de golven
niet naar willekeur.

Toch is er geen god.

Door mijn aanwezigheid
ben ik de enige schepper hier.

Geplaatst in Gedichten (in berichten) | 1 reactie

Geen loper


Geen loper

Bij deze dan:
woorden gegeven aan de grijstonen van het zandpad,
de in zand verzande branding na een wolkbreuk
scherp op de korrel genomen.

Tegelijkertijd
een stap gezet en golven geplet, met wortel en tak
de volmaaktheid verstoord, kwaadgesproken.
In één woord schade aangericht.

Liever was ik naamheilige en
of schutspatroon -

geen loper.

Geplaatst in Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

De grootouders (4)


Andere opa

Deze bladzijde bevat
het meeste wit.

Ik herinner hem alleen
als herinnering, hoe ik

hem toen voor me zag:
een grijsbruine gestalte

hoffelijk zwaaiend,
de hoed in de hand.

Ik was elf, mijn vader
huilde voor het eerst.

Geplaatst in De grootouders, Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

De grootouders (3)


Andere oma

Al tuimelt zij nog dagelijks
vele jaren verder mijn verleden in
toch mag zij niet ontbreken
in mijn pantheon. De waarheid is
wij hielden niet van elkaar.
Verder kan ik weinig meer zeggen
dan dat ze heeft geleefd en
dat zeker een kwart van mij stamt
van grijs haar, rechte rug,
kille wangen en die immer vonnis
wijzende oogopslag. Soms
duikt ze nog wel eens plotseling op
en buitelt haar beeld brutaal
door een warme herinnering heen.
Met terugwerkende kracht
zie ik dan dat ze niet van zichzelf -

en dus van niemand hield.
Pas na haar dood kon ik haar nood
gedurig tot motto smeden:
wie eens een kind afwijst, moedigt
het soms een leven lang aan.

Geplaatst in De grootouders, Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

De grootouders (2)


Opa

Met een zakmes sneed hij elke avond de splinters
uit zijn knuisten -
gouden handen volgens mijn oom.
Na precies veertig jaar meubelmakerschap hielden ze
op een dag plotseling bevend in een feestelijke schaft
het wildvreemde leerzame huisraad van Luyken vast.

De gravures hadden zijn ambachtelijke aandacht,
van de gedichten begreep hij geen snars. Hij bestemde
het boek voor mij, want mijn neef van tien zou de fiets
al erven. Ik was acht en wist nog niet dat in die gekerf-
de handen het goud of het ijzer van onze toekomst lag.

De neef werd vertegenwoordiger en met vergeelde
kaft staat nu tussen Lucebert en Marsman beschamend
ongelezen Het Leerzaam Huisraad in mijn Lundia-kast.

Geplaatst in De grootouders, Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen