Fietsen over de dijk
Ze houdt van hooiland en nog steeds van mij.
Weer is het zomer. Weer fietsen we over de dijk.
Hier verloren we voor het eerst de tijd.
We fietsen verder. Twee levens, twaalf zomers,
drie kinderen verder. Fietsen over de dijk.
En verbeiden als altijd de tijd dat hooiland weer
grasland en grasland weer hooiland wordt.
Nu is het nog zomer. Laten we ons tot het laatst
verliezen in de tijd. Nu hou ik nog
voor altijd van jou - en van fietsen over de dijk.

Ik hou hier een soort van archiefje bij van zinnetjes die ik lees en die me op een of andere manier frapperen (zie rubriek Zinderende zinnetjes in rechterkolom). Afgelopen week kreeg ik de slappe lach van een uitspraak van Woody Allen die ik nog niet kende. Ik las ’m in ‘Heidegger and a Hippo Walk Through Those Pearly Gates’, een (al te) luchtig traktaat over de dood, gelardeerd met moppen en cartoons, geschreven door Thomas Cathart en Daniel Klein, twee Amerikaanse filosofiehoogleraren. Aardig boek, maar niet direct een aanrader, op dat ontzettend grappige citaat van Allen na dan: “I don’t want to live on in the hearts of my countrymen; I want to live on in my apartment.”
Voor een conferentie bezocht ik afgelopen week het zuidwesten van Ierland. Ik was nog nooit in Ierland geweest en moest steeds denken aan de beroemde regels van K. Schippers (Bij Loosdrecht//Als dit Ierland was/zou ik beter kijken.). Ik heb goed gekeken. Op een bankje in Killarney National Park schreef ik het volgende.





