Het wordingsproces van een gedicht (4)

Eens overzien wat ik nu heb:

Nachtrit

Het was zo’n keer dat het leven z’n verwachtingen inlost:
na een dag op het wad gedrieën in een auto door de nacht,
manmoedig landinwaarts, één op de achterbank, de ander
achter het stuur en ik op de derde praatstoel tussen hen in.

We vertelden elkaar de grote verhalen waarin de vrouwen
steeds mooier en alle verloren liefdes smartelijker worden,
kortom die onverklaarbare kiem van onze kameraadschap.

Hoeveel afslagen zullen we die nacht niet hebben gemist?
En hoe lang duurt die rit nog voort? Smeedde het lot toen
ook voor mij een veel te korte toekomst? Donkere vragen
zolang ik leef en jullie samen verder rijden door die nacht.

De eerste en derde strofe zijn goed. De tweede kan nog beter. Hoewel niet noodzakelijk, zoek ik naar nog een regel in die tweede strofe, zodat er een mooie symmetrie van drie vierregelige strofen ontstaat. Ik wil nog iets zeggen over die verbazing van elkaar te vinden, dat we allemaal nog dezelfde jongensachtige gevoelens bezaten, ondanks dat die andere twee zo’n tien jaar ouder waren. Aangezien ik nog steeds een beetje in de vragenmodus zit kom ik op:

Hoe hadden we kunnen vergeten hoe jong we nog waren?

De tweede strofe zou dan worden:

Hoe hadden we kunnen vergeten hoe jong we nog waren?
we vertelden elkaar de grote verhalen waarin de vrouwen
steeds mooier en alle verloren liefdes smartelijker worden,
kortom die onverklaarbare kiem van onze kameraadschap.

De bedoeling is wel duidelijk, en het moet ongeveer deze inhoud bevatten, maar het loopt allemaal nog niet lekker genoeg naar mijn zin en ik vind die ‘smartelijke verloren liefdes’ natuurlijk nog veel te larmoyant. Ik beproef een aantal varianten en kom uit bij:

Hoe hadden we kunnen vergeten hoe jong we nog waren?
we vertelden elkaar de grote verhalen waarin de vrouwen
steeds mooier maar de wonden altijd schrijnender worden
en legden de onverklaarbare kiem van een kameraadschap.

Nog bevalt de strofe me niet. Het zit hem in de vraagzin waarmee hij begint. Het worden een beetje te veel vragen zo in het gedicht. Het kost me een halve middag om deze eerste zin te herschrijven tot:

De feestelijke herontdekking van hoe jong we nog waren:

(morgen verder)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in De wordingsgeschiedenis van een gedicht, Poëticaal. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s