Cyclus

Het is voor mij prettig om een thema voor een cyclus te pakken te hebben. De mogelijkheden rijgen zich dan als het ware vanzelf aaneen. Ik hoef niet meer op situaties/zinnetjes te wachten om te kunnen gaan beginnen met schrijven. Een cyclus schrijft zich min of meer vanzelf, dat wil zeggen, het thema is er en behoeft  ‘alleen nog maar’ uitwerking in de vorm van gedichten. Een voorbeeld is de cyclus ‘Pars pro toto, totum pro parte’ uit ‘Het verlies van wat vermeend blijkt te zijn’. Het oorspronkelijke idee was om met een omtrekkende benadering een beeld te scheppen van een ‘ik’ (welke natuurlijk niet noodzakelijkerwijs samenvalt met de schrijver). De ik wordt gekenschetst aan de hand van diens lichaamsdelen. Uiteindelijk zegt het samenstel van delen dan iets over het geheel.  De stijlfiguur die hier exact mee overeenstemt is de pars pro toto. Een bekend voorbeeld (ik meen uit Lodewicks ‘Literaire kunst’) van een pars pro toto is het zinnetje: ‘Vier zeilen varen de haven uit’, waar natuurlijk een boot wordt bedoeld.
Door telkens in mijn hoofd allerlei lichaamsdelen af te lopen kwam ik steeds weer op nieuwe gedichtideeën. En zo reeg de cyclus zich aaneen met titels als ‘Haar’, ‘Kuiten’, ‘Tong’ en ‘Pik’. Na aldus een stuk of vijftien lichaamsdelen te hebben behandeld, vroeg ik me af of er ook een tegenovergestelde benadering mogelijk was. Zou het mogelijk zijn om vanuit een groter geheel iets te zeggen over één van de samengestelde delen? De literatuur kent immers ook de stijlfiguur totum pro parte, welke het antoniem is van de pars pro toto. Een bekende voorbeeldzin van de totum pro parte (het geheel wordt benoemd, terwijl het deel wordt bedoeld) luidt; ‘de garage repareerde de auto’. Eigenlijk wil men hier iets zeggen als ‘de monteur in dienst van de garage repareerde de auto’. Dit inzicht opende voor mij de mogelijkheid om een tweede cyclus te starten waarin dezelfde ik wordt beschreven vanuit groepen personen waar hij deel van uitmaakt. Aldus ontstonden gedichten met titels als ‘Doe-het-zelfhaters’, ‘Fietskampeerders’, ‘Dagdromers’ en ‘Achtergeveltoeristen’. Uiteindelijk ontstond zo ‘Pars pro toto, totum pro parte’. De komende weken zal ik uit deze cyclus enkele voorbeelden geven.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Gedichten (in berichten), Pars pro toto, totum pro parte. Bookmark de permalink .

Een reactie op Cyclus

  1. cor3306 zegt:

    goed ik lust nu wel een glas of een kopje, want van lezen krijg je dorst

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s