Culemborgs stadsgedicht 4

Panta rhei

Het voorland bloost sinds de wilg werd geknot,
de slootschouw geeft troep en het valhek roest,

het koolzaad oogt geler, de poes heeft gebaard,
de appelboom bloeit, in het wiel duikt een fuut,

de bramenstruik woekert, de avondwind pluist,
loom wappert de was, op de dijk staat een fiets

en terwijl je dit leest stroomt de Lek naar de zee
langs het afzijn in de eerste lente na mijn dood.

 

Dit bericht werd geplaatst in Culemborgse stadsgedichten. Bookmark de permalink .

Een reactie op Culemborgs stadsgedicht 4

  1. Bep houtschild zegt:

    ūüĎĆ ūüĎćūüŹĽ ūüĎĆ

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s