Culemborgs stadsgedicht 34

In het dijkgras

De alzijdige symmetrie
van kroonbladeren,
het perfecte van
één enkele margriet.

De verdeling van ribben
in het vleugelvlies
van een vlieg, diens
concentrische facetogen.

De chronologie in
de ondergrond,
stilstaande klokken,
klei, silt, zand, oeverwal.

Kan de schepping
niet ook voor mij
een ordenend principe
in pacht hebben?

Bijvoorbeeld dat
als ik me zoiets afvraag,
dit niet gelijk
een dilemma wordt.

 

Dit bericht werd geplaatst in Culemborgse stadsgedichten. Bookmark de permalink .

Een reactie op Culemborgs stadsgedicht 34

  1. cor3306 zegt:

    ik probeer het tot me door te laten dringen maar ik heb slecht geslapen en het weer werkt ook niet mee

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s