Culemborgs stadsgedicht 48

Bij een spoorbrug

Je kunt er de klok op gelijk zetten:
het geraas van de dienstregeling
verkavelt de dagen in klare delen:
eerst Mason die z’n motor start,
Bouman die aan het bakken gaat,
de markt die stilaan bevolkt raakt.

Weldra gaan de terrassen gonzen,
de boules klikken, weerklinken er
fietsbellen onder de Binnenpoort
en wordt met menig kennersblik
de bruid op het bordes beschouwd:
die jurk is te lang/te kort/te stout!

Inmiddels vaart het goeiige veer
z’n lome middagvaart, draait traag
de slechtvalk z’n rondjes erboven,
meren er passanten in de haven af
en koersen schilders op één doel:
drank en avondrood op het Spoel.

Dan sluiten winkels en weeshuis,
verschijnen er renners op de dijk,
stijgt er uit het theater een lach op,
lijkt de Lek stil en luidt ten slotte
de papklok, komt er een einde aan
de vaste stonden van een vrijstad.

 

Dit bericht werd geplaatst in Culemborgse stadsgedichten. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s