Culemborgs stadsgedicht 56

Regulieren

Twee populieren hebben gezamenlijk
uit onverstoorbare onbaatzuchtigheid
tijdens een van de laatste voorjaarsstormen
een oude eik opgevangen en deze aldus
voor noodlottig omwaaien behoed.

De gebeurtenis heeft z’n sporen nagelaten,
de eik leeft nog, zij het ternauwernood,
als je goed kijkt zie je ’m nog nahijgen
in de sterke armen van z’n redders.

Uit de stam ontspruiten jonge loten,
op de half uit de grond gekiepte wortelkluit
heeft een roodborst haar nest gebouwd,
in de ontstane poel kwaakt een kikker.

Te midden van het nu niet verpletterde
look-zonder-look fladdert een oranjetipje,
door het verse gat in het kruinendak is
in het tegenlicht van de opkomende zon
het silhouet van een buizerd te zien.

 

Dit bericht werd geplaatst in Culemborgse stadsgedichten. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s