Culemborgs stadsgedicht 78

Rivierenlandkroniek 13

(voorbij de Waalkanten)

Alles is afgelopen.

Langs landerijen, over erven,
grienden, hekken, heggen en
smerige sloten. Weide, water,
het haakse riet.

Nergens ademt het land nog
ochtend uit, nooit is de mist
meer mysterieus, de grond is
gebroken en overal

hangen grauwsluiers, blaffen
er honden, is het koud en zijn
de hoeven en kroegen potdicht.
De godganse wereld

riekt naar stront.

 

Dit bericht werd geplaatst in Culemborgse stadsgedichten. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s