Auteursarchief: marcohoutschild

Culemborgs stadsgedicht 76

Rivierenlandkroniek 11 (tot aan het Randmeer) Het gebeurde in Spakenburg, uitgerekend daar waar het zoute water zoet is geworden. Ik staar over de binnenzee en proef eindelijk het zout. Geen schip ligt er achter mij op de helling of het … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 75

Rivierenlandkroniek 10 (rond de ruïne van Hemmen) Was het spelenderwijs dat je achter je rug de zomer voor me verborg en nooit vergat te lispen dat je van me zou blijven houden tot de laatste Mohikaan het spoor verloor? Was … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 74

Rivierenlandkroniek 9 (achter Varik) Een paar haastig gesproken woorden markeren de plek waar je net nog was. Tot de winter het niet meer wil horen zie ik het ijlings later worden. Nog een seconde lang vastgevroren dan verstillend in de … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 73

Rivierenlandkroniek 8 (in Est) En onverwacht in een oogopslag een ogenblik van afscheid. Als voorbode van taal was je lichaam je stem te snel af.  

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 72

Rivierenlandkroniek 7 (over de Diefdijk) Ik schets geen portret dat maar verjaart maar ets een stilleven van slaap, hoe jij verstoppertje in dagdromen speelt en ik nog passen tot voorbij de horizon meet, wijl alleen het landschap voortbeweegt.

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 71

Rivierenlandkroniek 6 (naar Maurik) Zullen we naar de bronnen van de Amazone roeien of peddelen we deze kreek uit en via de vaart terug over de plas richting die kerktoren aan de horizon? Krijgen we nog meer warme dagen en … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 70

Rivierenlandkroniek 5 (op de Linge) Het liefst vertelde ik je zoveel mogelijk zomaar, als sprak ik hardop in m’n slaap, dan werd de pakkans van mijn woorden minder gering – was elke uitspraak raak. Ik zou gewoon een taal hebben … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 69

Rivierenlandkroniek 4 (langs de Lek) Het is de tíjd m’n lief die loopjes met ons neemt. Wanneer staan er met Pasen al pinksterbloemen in de uiterwaard? En het is de rivier wier water ons wil laten geloven dat alles voor … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 68

Rivierenlandkroniek 3 (vanaf Vianen) Het was in die tijd waarin we nog hele dagen konden lopen door knarpend kweldergras in kraakheldere vrieskou dat we lachten om een onzinnaam en jij toen, maar ik tegelijkertijd, dat we met één tere beweging … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 67

Rivierenlandkroniek 2 (door Mariënwaard) Je kwam van alle windstreken. Sloeg golven in de sloot, voren in het erf. Bolde de was, geselde de heg, brak de es en joeg jezelf in mijn armen. Veroverde met stormende gebaren, blies speels het … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 66

Rivierenlandkroniek 1 (Voortijd: het Korte Avontuur) Aan de rand van het dorp ligt een land met de naam Korte Avontuur. Wat valt hier te beleven? Je kan op blote kakhielen door nattig gras, je bestudeert bijvoorbeeld een koeienplak of je … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 65

Int jaer ons Heren dusent driehondert Ende achtiene up Sente Nycolaus dach Na een heldere sterrennacht is er een loodgrijze ochtend aangebroken, bij Weithusen blaast de straffe oostenwind de horigen bijkans van het kale land. Twee tandeloze toeschouwers slaan de schuimkoppen … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 64

Aan lezer dezes Al ben ik voor jou waarschijnlijk niet meer dan een glanzende passant, voor mij ben jij de onzichtbaar aanwezige, zonder jou zou ik me niet kunnen laten zien. Voor jou zijn er duizend anderen, ik mis je … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 63

Binnenplaats Zo’n klein ornament aan de achterkant van een gebouw, je blik moet er toevallig op vallen, wat is het, siersmeedwerk ter verfraaiing van een uitbouw? Gemaakt door iemand: háár opa, zíjn vader, de lievelingsoom van een eerste vriendje. Gesmeed … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 62

Heel vroeg Het is nog heel vroeg, een zomermorgen aan de Lek de witte abeel staat in een oranje gloed en het is stil of misschien hoor je heel in de verte de klep van de eerste pont over de … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen