Categorie archief: Culemborgse stadsgedichten

Culemborgs stadsgedicht 51

Koude Opnieuw de koude in, rondje gefietst naar waar de Lek nog anders heet, m’n besluit nog eens overdacht. Ik besef nu hoe het is om stil te staan, de dagen die op elkaar gaan lijken, vandaag tot aan Lienden … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 50

Dijkversterking Ik bel iemand op om te zeggen dat ik stop wat een besluit lijkt is me vooral overkomen het is grauw weer morgen is de laatste keer ik zoek m’n heil in vijf sterkende disticha ontlopend ontstaan op de … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 49

Plantage In het park, een zomerdag, boy meets girl, in innig gesprek op een bankje, het oudste verhaal en de hele wereld eromheen die doordraait. Ik kan slechts denken: doe wat ik te vaak naliet: betover, verover, sla je arm … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 48

Bij een spoorbrug Je kunt er de klok op gelijk zetten: het geraas van de dienstregeling verkavelt de dagen in klare delen: eerst Mason die z’n motor start, Bouman die aan het bakken gaat, de markt die stilaan bevolkt raakt. … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 47

Ia Hoe vaak je een kijker niet op hetzelfde – maar onbedoelde doel richt: een bedrieglijk silhouet, wéér die beloftevolle stip aan de oever. Een vaste vergissing raakt vertrouwd, zo ben ik – ezel aan de Lek – enigszins gesteld … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 46

Betuwe Blues De machtigste is een waanzinnige, onze wereld wordt ons eerdaags te heet onder de voeten, maar ik moet een kaasschaaf kopen (geruststellend denken is het devies: het leven is niet ingewikkeld, het bestaat uit de dood, de liefde … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 45

Rop licht toe Het is klooien, het is schetsen en gommen, breien en weer uithalen, raak is toeval. Het is tegelijkertijd ergens naartoe, een streek en nog een streek, hier een pieletje, daar een schaduw. Ik bedoel je bedoelt iets: … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 44

Terug De sneeuwval van vannacht heeft de dreven doof gemaakt, het gesnater van de eenden van ver een dof geplof. En kleurenblind, deze ochtend is zwart-wit, stammen als potloodstrepen, de kruinen een craquelé in grijs. Ik schuifel en slip, blader … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 43

Nieuwe weerwoorden Het is ongeveer als de razende trein die het gegak van ganzen overstemt, de om patat bedelende reigers in het stadspark, de antithese ‘rustgebied voor het wild’ of die bever die in de Lek een zwemmer zou hebben … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 42

Nieuwe lente Het gaat niet om de wereldvrede, niet om de liefde, niet om de waarheid, niet om de poëzie, niet om jou en niet om mij. Want bij Everdingen zijn de zwarte sterns weergekeerd en ze jagen non-stop. En … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 41

Lekliedje Ochtendschemer in het linieland en ik hou nog van je. Op de dijk de Dom kunnen zien en ik hou nog van je. Blauwe reigers in de uiterwaard en ik hou nog van je. Strengen vol onderwaterslakken en ik … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 40

Thuis Vijf levens onder één dak, geen grote gebeurtenissen. Ons hele hebben en houwen, geluk aan de Lek. Ik volg het wereldnieuws en in de heg een merelgezin.  

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 39

Hollandse verte Van boven naar beneden blauwgrijs groengrijs donkergrijs bruin de horizonlijn onzichtbaar op de voorgrond een geknakte knotwilg en een fazant natte handen op een fietsstuur motregen slagregen plensbui wolkbreuk mijn verhaal het hier en nu en meer en … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 38

Al binnen Geen poort gezien, geen obligaat gesprekje gevoerd. Nergens brandnetels, geen steekbeestjes, geen ver verkeerslawaai – alleen maar zo’n eeuwig heldere septemberochtend. Kennelijk ben ik al binnen. Ook hier een dijk om af te fietsen, de donkerrode gloed van … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 37

En zo geschiedde Je kunt je handen invetten door een schaap te aaien, je ontfermen over een regenworm. Of je kunt aan de voet van een witte abeel gaan zitten, over de Lek uitkijken, wachten tot er niets meer mis … Lees verder

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen