Culemborgs stadsgedicht 3

Zwaaikom

Weer op het veer.

Opvallend in de walmende uiterwaard,
aan de voet van de spoorbrug, uitziend
over de rivier op dit veel te vroege uur:

iemand die zwaait.

Misschien naar een lief aan de overzij,
naar vrienden aan boord, of misschien
alleen maar om zelf te worden gezien,

misschien door mij.

Omwaarachtiger te gaan leven,de kap
te kruien en naar de wind te gaan staan,
de geest te tonen deze dag te doorstaan:

hartsterkend zwaaien.

De pont doet prr-bok-bok-bok, er klinkt
een bel, een ratelende ketting, startende
motoren en alles zal worden als het was

weer terug aan wal.

 

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 2

Veerpont

Vijf vrienden worden overgezet.

Onder een wolken bergmassief
staan luchtwortels in waterland.

Vreemd. De veerman heeft links
geen vingers maar een teen.

Zolang het droog blijft, grapt er
één, is er niets aan de hand.

Over de rivier gaan een veerman,
vijf vrienden en één passant.

Langzaam verandert de bergkam,
zwijgend grijnzen de knotwilgen.

Kalmpjes bereikt men de overkant.

 

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Culemborgs stadsgedicht 1

Aan de rivier waaraan ik woon

Je draagt de hemel en braaf het veer,
een langzame stroom maar sneller
dan de schapen – dan de wolken.

Je zult de zee nog wel eeuwen halen
al heet je verval ‘verwaarloosbaar’,
werd je bedijkt en gekanaliseerd.

Sterk als de spoorbrug, zegt men hier,
toch denk ik dat jouw lome deining
ooit onvergankelijker blijkt te zijn.

Het zij je wat mij betreft ook gegeven
eens dwars door die dijken te breken,
jezelf te verspreiden over het land.

Want al lijk je te zijn bedwongen, Lek,
brouw één nanacht één korte vloed
en je overwinnaars verliezen alles.

 

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | 1 reactie

3 maanden lang elke dag een Culemborgs Stadsgedicht

Vanaf 1 oktober ben ik officieel drie maanden lang de stadsdichter van Culemborg. Op zondagmiddag 7 oktober word ik geïnstalleerd met de onthulling van een nieuw muurgedicht van mijn hand. 16.00 uur aan de Varkensmarkt. Komt allen!

Tijdens mijn stadsdichterschap zal ik elke dag (vanaf 3 oktober) een gedicht met een Culemborgs randje op mijn site zetten. Vaak gaan die gedichten niet direct over Culemborg, maar vormt de stad, en met name de directe omgeving van de stad, het decor waartegen de handeling zich afspeelt. Dus drie maanden lang elke dag een Culemborgs Stadsgedicht, met uitzondering van de maandagen en de feestdagen.

Geplaatst in Culemborgse stadsgedichten | Een reactie plaatsen

Een nog levende vriendin

Na afloop van een voordracht kwam er een oudere lezeres op me af. Ze had van mijn poëzie chocola trachten te maken maar liep steeds tegen een onduidelijkheid op: “wie is toch telkens die ‘je’ waarover of aan wie u schrijft?”

Omdat ik de beroerdste niet ben gaf ik haar dit antwoord: “die ‘je’ is soms de lezer die ik graag mag aanspreken. Maar die ‘je’ kan ook staan voor een vriend, dood of levend, of voor de dode vader. Vaak ook is die ‘je’ een van de drie eeuwige liefdes: de verloren, de vergeefse of de vertrouwde. Meestal valt uit de context wel op te maken wie er wordt bedoeld. Is het zo een beetje duidelijker?”

“Ja,” zei ze, “ik geloof van wel, dank u wel. Nu ga ik met mijn gelukkig nog levende vriendin een glaasje wijn drinken.”

Geplaatst in Poëticaal | Een reactie plaatsen

Shine on you crazy diamond

Kapstok

Doordat R. die zin uitsprak, was ik weer
op een van die vage feesten: een kast
van een huis aan de rand van de stad, alle
deuren open, alle lichten aan, shine on
you crazy diamond met een tik in
remember when you were young, ouders
op vakantie, in het tapijt brokstukken
wokkels, beugelflesjes in een regenton.

Wat R. zei: “er zou ook een leuke zus
van iemand komen”, en ik zie haar weer
voor het eerst in een voortuin vol fietsen,
zo schuchter dat geen van mijn vrienden
haar opmerkt, alleen ik, de allesdoorziener,
de nu-aan-de-grond-genagelde die onder
een met parka’s bedolven kapstok z’n reis
richting het onbereikbare aanvaardt.

 

Geplaatst in Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

Fluisteren

Fluisteren

Hoor je me fluisteren?
ik hoop zo
dat uitgerekend jij
om scherper
te kunnen luisteren
nu onderbreekt
wat je doet, verstilt
waar je bent, wegstaart
naar een muur in de verte
of een bloem nabij
herken je me?
hoor je wat ik
nog altijd alleen maar
jou toefluister?
na zoveel jaren
zoveel anderen
nog altijd alleen maar
het enige
op zoveel afstand
in zoveel gedachten
waar je ook bent
m’n enige
achter een muur
in een bloem
van veraf
van uitgesloten nabij
hoor je mij?

 

 

Geplaatst in Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

Preventief

Preventief

Hoe futiel zal de voorbode zijn?

Waait er een blaadje tegen mijn neus
terwijl het nog volop zomer is?

Fluistert een vlag mijn naam, net als
ik er met tegenwind langsfiets?

Stokt in mijn ooghoek de rivier, als ik
op een dag je oude gezicht streel?

Hoe herken ik die ene waarschuwing
die ik niet in de wind mag slaan?

Ieder uur gebeurt er immers wel iets
wat ik niet begrijp. Poëzie is

alvast een voorbijganger aanspreken.

 

 

Geplaatst in Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

Vertraging


Vertraging

En ondertussen, terwijl wij op het overvolle perron
te verkleumen, te ontvlammen, te bekvechten staan,
gaat tussen ons in, achter ons langs, buiten ons om,
die hondsgeduldige eeuwigheid gewoon maar door.

 

 

Geplaatst in Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

Gedicht bij een grijze dag

Schakel

Een duif op het dak van de overburen
steekt niet af tegen loodgrijze wolken.

Ik zie slechts die alomvattende leegte,
heb na dertig jaar weer een zware dag.

Orde der dingen: ik kan jou niet meer
treffen; zoals telgen ooit niet meer mij.

Ik doe binnen de lampen aan – alleen
dit woord rest – het is ál wat ons rest.

 

 

Geplaatst in Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

Glossen bij de bètacanon (5)

Tijd

Nachtvlinder in waxinelicht
gesmoord. In was gevangen.
Een fossiel komt tot stand.

Was vandaag een leven lang
vlinder. Was eens een cocon.
Was rups. Was uiteindelijk.

 

Zie voor meer duiding mijn eerdere bericht over Glossen bij de bètacanon.

 

Geplaatst in Di-vers, Glossen bij de bètacanon | Een reactie plaatsen

Gedicht bij de vrieskou

Ook dit gedicht komt uit ‘Rivierenlandkroniek’, de cyclus die begin, bloei en einde van een romance tussen de Lek en de Waal schetst.

Vanaf Vianen

Het was in die tijd waarin we
nog hele dagen konden lopen
door knarpend kweldergras in
kraakheldere vrieskou dat we
lachten om een onzinnaam en
jij toen, maar ik tegelijkertijd,
dat we met één tere beweging
een verre toekomst bepaalden.

 

Geplaatst in Gedichten (in berichten) | Een reactie plaatsen

Glossen bij de bètacanon (4)

Rondvraag

De zin van het bestaan:
door niemand ooit gevonden.

Het waarom van lijden:
elk antwoord onbevredigend.

Kijken in de toekomst:
de geleerden zijn zoekende.

Het wezen van de liefde:
moet nog worden doorgrond.

Het doel van doodgaan:
tot nu toe geheel onbegrepen.

Dit is de stand van zaken;
wie maakt de vragenlijst zoek?

 

Zie voor meer duiding mijn eerdere bericht over Glossen bij de bètacanon.

 

Geplaatst in Gedichten (in berichten), Glossen bij de bètacanon | Een reactie plaatsen

Glossen bij de bètacanon (3)

Energie

Het continue vermogen
iedere gesteltenis te veranderen.

De momentane toestand
waarin die verandering verkeert.

Zelf definieer ik energie
als de begeerte naar verbeelding.

 

Zie voor meer duiding mijn eerdere bericht over Glossen bij de bètacanon.

 

Geplaatst in Gedichten (in berichten), Glossen bij de bètacanon | Een reactie plaatsen

Glossen bij de bètacanon (2)

Transistor

Zo noemde ik mijn eerste radio die het in 1973
tijdens een dagje strand begaf.

Dertig jaar later leer ik dat transistors van zand
gefabriceerde schakelingen zijn.

Gedurende mijn leven sluiten zich voortdurend
dit soort van complexe circuits.

 

Zie voor meer duiding mijn eerdere bericht over Glossen bij de bètacanon.

 

Geplaatst in Gedichten (in berichten), Glossen bij de bètacanon | Een reactie plaatsen